Interview met Ron van Poelgeest

Maatschappelijke carrière

Van oorsprong ben ik biochemicus, maar ik was mijn tijd iets te ver vooruit. Nu barst het in Leiden van de biotechbedrijven, maar toen (ik heb het over de beginjaren ‘80) lukte het me niet om een bij mijn studie passende baan te vinden. Ben me toen gaan richten op de toen in opkomst zijnde ICT en uiteindelijk via Cap Gemini in dienst gekomen van het ministerie van Binnenlandse Zaken (met later Koninkrijksrelaties daarbij). Inmiddels is het DG Veiligheid waar ik bij BZK werkzaam was onderdeel geworden van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

 

Wanneer ben je gaan voetballen bij Roodenburg?

Zover ik weet toen ik 8 jaar was, dus in 1964. Heb uit die periode o.a. nog een foto waar ik trots in mijn 1e Roodenburg-outfit poseer samen met John Beekman. Ik woonde toen op de Willem de Zwijgerlaan en keek vanuit mijn slaapkamer zo op het hoofdveld.

 

Voor welke teams ben je uitgekomen?

Al snel werd duidelijk dat mijn voetbaltalenten niet al te hoog moesten worden ingeschat. Van de teams waarin ik in de jeugd gespeeld heb, kan ik me vooral de B3 en de A3 nog goed herinneren. Daarin speelden trouwens nog prima voetballers zoals bijvoorbeeld Peter Boot. Verder heb ik tot mijn 40e met heel veel plezier met vrienden in lagere seniorenteams gespeeld. Ik ben in 1996 gestopt omdat het niet meer te combineren was met het voorzitterschap. Jammer, want anders had ik nu waarschijnlijk nog steeds gevoetbald.

 

Wie waren in de loop van de tijd jouw leiders/trainers en met wie heb je gespeeld?

Heb natuurlijk heel wat leiders meegemaakt en daar zaten de nodige kleurrijke personen bij! Leider bij de B3 was volgens mij Nico van Rooijen en bij de A’s Jan v.d. Leest (volgens mij toen nog zonder Sint Bernardhond) en ook nog de vader van Daan Kooimans. Kan me uit die tijd ook nog herinneren dat je in de week voor de wedstrijd een kaart kreeg waarop stond in welk team je moest spelen. Mooie tijd! Van de trainers kan ik mij alleen Piet Neuteboom nog herinneren, die vatte zijn taak altijd heel serieus op! Voor de rest zochten we het vooral zelf uit. Ik heb natuurlijk met heel wat jongens samen gespeeld, het langst (met name in de lagere senioren) met jongens als Aad Piekaar, Hans de Graaf, Hennie Stouten en Marcel Lens.

 

Welke bijzondere gebeurtenissen van je Roodenburgtijd zijn je bijgebleven?

Natuurlijk de strijd om het kampioenschap van Nederland begin jaren ‘70. Ook vele mooie wedstrijden met de regionale jeugd. Verder waren ook de voetbalkampen met Pasen in het buitenland (Duitsland, Denemarken, Engeland) met de hoogste jeugdteams altijd bijzondere gebeurtenissen. Ik zat toen in het (Jeugd)bestuur en was ook nog jeugdleider. Die kampen organiseerden we in samenwerking met Euro Sportring. Het mooie was dat alle spelers bij ouders werden ondergebracht. Dat gaf van tevoren altijd heel veel gedoe, want veel talenknobbels zaten er niet bij, maar achteraf had iedereen het altijd prima naar de zin gehad (en soms ook nog verkering). Ik kan daar nog heel wat mooie verhalen over vertellen. Maar eigenlijk was de gehele periode 1970-90 een bijzondere gebeurtenis. Vooral vanwege de vele voetbaltalenten die er toen bij Roodenburg rondliepen. Verder kan ik me als gebeurtenis de brand in de voorraadruimte achter de kantine nog heel goed herinneren omdat Piet Neuteboom (volgens mij toen kantinebaas) daarbij zwaar gewond raakte.

 

Welke rol heeft Roodenburg gespeeld in jouw leven?

Zonder te overdrijven kan ik wel zeggen dat Roodenburg heel bepalend is geweest in mijn leven. Ik woonde tegenover het veld en kwam er lange tijd eigenlijk dagelijks. Het Roodenburgterrein (en dan met name het oude Praethuis) was lange tijd mijn 2e thuis. Dat gold net zo goed voor de jongens waar ik in de senioren nog lang mee heb gevoetbald. Nico Vogelenzang was lange tijd de huismeester van Sportpark Noord en hield alles binnen de club in de gaten. Hij was het ook die veelal de mensen benaderde om wat te gaan doen voor de club. Veel mensen vonden Nico lastig (en dat was hij ook) maar hij was altijd zeer begaan met de club en dwong ook heel veel respect af bij jeugdspelers. Zijn imposante postuur en handen kwamen bij dat laatste overigens goed van pas! Ik betreur het zeer dat Nico de komende reünie niet meer kan meebeleven.

 

Ron, je bent voorzitter geweest van Roodenburg. In de loop van de jaren is er veel veranderd bij Roodenburg. Kun je die verandering beschrijven?

Om hier goed antwoord op te geven, kan ik waarschijnlijk beter een boek schrijven maar ik zal kort een poging doen. Terugkijkend zijn volgens mij twee ontwikkelingen van bijzonder belang geweest voor die veranderingen. Ten eerste natuurlijk het feit dat Leiden Noord in relatief korte tijd ingrijpend van bevolkingssamenstelling is veranderd. Veel van (de kinderen van) onze leden kwamen mede daardoor in andere delen van Leiden (e.o.) te wonen. Roodenburg, groot geworden door zijn jeugdopleiding, is daardoor langzaam uitgehold. Roodenburg raakte langzaam zijn roots (en daarmee vele vrijwilligers) kwijt. Lange tijd was het ene talent nog niet vertrokken (al dan niet naar het betaalde voetbal) of het volgende stond al klaar. Het eerste elftal kon daardoor lange tijd op hoog niveau blijven voetballen. Op een gegeven moment kwam daar echter de klad in mede, en dat vind ik de 2e belangrijke ontwikkeling, omdat steeds meer amateurclubs over gingen tot het betalen van vergoedingen. Volgens mij was Roodenburg een van de eerste voetbalverenigingen met een Businessclub maar die werd in die tijd zeker niet door iedereen met open armen ontvangen. Achteraf gezien valt dat zeer te betreuren, want na het vertrek van de BC is er van een gezonde relatie tussen Roodenburg en het (plaatselijke) bedrijfsleven eigenlijk amper nog sprake geweest.

 

Hoe zie je de toekomst van Roodenburg in en waar is dit afhankelijk van?

Dat is een hele lastige vraag waar ik graag “positief” op zou willen antwoorden maar ik twijfel hevig. Een kwalitatief goede jeugdafdeling lijkt me voor een goede toekomst nog steeds van cruciaal belang en ik weet niet of het realistisch is te denken dat die er ooit weer komt. Daarbij is de concurrentie vanuit de directe omgeving, met vele topamateurverenigingen, alleen maar toegenomen. Roodenburg zal de kansen die er hopelijk na voltooiing van de Willem de Zwijgerlaan komen, moeten pakken en nieuwe mensen zien te binden. Ook het nieuwe kunstgrasveld kan daarbij een positieve uitwerking hebben. Lukt dat niet dan dreigt, vrees ik, na verloop van tijd Roodenburg af te dalen naar het niveau van een FC Rijnland.

 

Je zoon Dave is gaan voetballen bij Voorschoten ‘97. Zie je hem nog als spits van ons eerste elftal of zeg je dat ze hun eigen weg moeten kiezen, waar ze gaan spelen?

Dave is net 21 geworden en voetbalt vanaf de C-junioren bij Voorschoten ´97, daar zitten nu dus ook heel veel van zijn vrienden. Ik zou het absoluut leuk vinden hem ooit in het eerste bij Roodenburg te zien voetballen maar verder heb ik daar weinig tot geen invloed op. Hij is nog steeds gek van het spelletje en verzaakt zelden een training. Op dit moment is nog onduidelijk wat hij na dit seizoen gaat doen, maar het lijkt me belangrijk dat hij zich ook volgend seizoen nog verder als voetballer kan ontwikkelen.

 

Jij hebt, voordat je bestuurder werd, gezeten in de Jeugdraad en redactie van de club. Moet een club een plan maken voor de opleiding van toekomstige bestuurders en hoe zou dit er dan moeten uitzien?

Ja, ik heb behalve het trainerschap eigenlijk alles wel gedaan binnen de club. De Jeugdraad (met o.a. Bram Ruis) vond ik zelf een mooie manier om jeugdspelers meer te betrekken bij het verenigingsleven, maar die was ook toen al geen heel lang leven beschoren. Ik ben voor (beleids)plannen op hoofdlijnen, maar met alleen een plan kom je niet veel verder. Het valt of staat uiteindelijk met het enthousiasme van mensen en de sfeer die binnen de club heerst. Mensen moeten graag wat voor de club willen doen omdat ze zich daar prettig voelen. Daarbij wordt er volgens mij vanuit de KNVB inmiddels ook heel veel gedaan aan de ondersteuning van verenigingen en het begeleiden van bestuursleden.

 

Hoe kijk jij aan tegen recreatief voetbal voor de ouderen en hoe moeten we dit organiseren?

Je doelt waarschijnlijk op het 7 tegen 7? Ik zou zelf meer voelen voor het normale veteranenvoetbal, maar als er voldoende animo voor is waarom niet? Ook hiervoor geldt denk ik dat er binnen de vereniging mensen moeten zijn die dit leuk vinden om te doen. Zo weet ik bijvoorbeeld dat hier bij Voorschoten ’97 in het geheel geen animo voor is maar bijvoorbeeld bij Lisse wel. Pas als er een basis is binnen je eigen vereniging, bij je eigen leden, heeft het denk ik zin om het ook buiten je vereniging te promoten.

 

Kom je ooit nog eens terug als bestuurder?

Je bedoelt natuurlijk bij Roodenburg. Ik was 19 toen ik voor het eerst in het bestuur van Roodenburg plaatsnam. De laatste 6 jaar als voorzitter waren heel leerzaam maar ook uitzonderlijk zwaar. Roodenburg zat toen duidelijk in een overgangsfase met heel veel onrust binnen de club. Daarbij verkeerde het complex (velden en opstallen) in slechte staat. Doordat Pernix weg moest bij de Groenoordhallen en de gemeente (wethouder Pechtold) daar niet zo snel een oplossing voor had, ontstond de mogelijkheid daar wat aan te doen. Ik heb (met steun van velen en in het bijzonder de bestuursleden uit die tijd en natuurlijk Raymond Keur) er heel veel tijd en energie in gestoken om sportpark Noord kwalitatief te verbeteren en tot slot de verbouwing van de kantine (financieel) rond te krijgen. Op het uiteindelijke resultaat is nu iedereen waarschijnlijk trots, maar een behoorlijke groepering binnen de club heeft met alle middelen en tot het laatste moment geprobeerd de verbouwing van de kantine te voorkomen. Ik heb die weerstand in die tijd volstrekt onbegrijpelijk en ook heel teleurstellend gevonden. Om op je vraag terug te komen, de kans dat ik terugkeer als bestuurder is klein.

 

Wie zou je willen ontmoeten op de reünie?

Te veel om op te noemen maar natuurlijk zou het leuk zijn als de jongens waar ik jarenlang mee gevoetbald heb er straks ook weer zijn, bijvoorbeeld ook een Peter de Leeuw. Verder ken ik iedereen wel zo’n beetje dus ik hoef op de reünie niet bang te zijn dat ik geen bekenden meer tegenkom. Ik vertoef trouwens nog zeer regelmatig op de voetbalvelden en kom eigenlijk wekelijks mensen tegen die vroeger bij Roodenburg hebben gevoetbald. Wie ik graag nog een keer had willen ontmoeten is Nico Vogelenzang. Die heb ik de laatste jaren voor zijn dood niet meer gezien en gesproken en dat had ik graag nog een keer gedaan.


Gold Picasa Gallery

© LV Roodenburg 2014. Alle rechten voorbehouden.