Op bezoek bij waarschijnlijk het oudste nog in leven zijnde oud-lid van Roodenburg

Donderdag 12 april bracht ik een bezoek aan de bijna 91-jarige Louis de Bolster. Ik trof een zeer vitaal echtpaar aan dat mij, na vele jaren niet gezien te hebben, snel herkende. Louis en zijn vrouw fietsen en wandelen nog regelmatig en voelen zich zeer bevoorrecht dat allemaal nog te kunnen doen.

 

Louis is de jongste van 3 broers De Bolster. Net zoals Piet en Bram werd ook Louis lid van Roodenburg. Dat was op 12-jarige leeftijd in 1933. Louis heeft in de aspiranten, junioren en senioren gespeeld. In de senioren speelde hij voornamelijk in het tweede en derde elftal. Een enkele keer mocht hij in het eerste elftal meedoen als ze daar spelers tekort hadden.

 

Piet, Bram en Louis waren echte Roodenburgers, er werd thuis altijd over gesproken; het was hun “cluppie”.

 

De grootste verdiensten heeft Louis gehad voor de redactie van het clubblad “de Blauw-Zwarter”. Als Henk Uiterdijk in september 1967 zijn redactionele werkzaamheden beëindigt, worden de taken overgedragen aan een jongere redactie bestaande uit Ruud Wiggers, Chiel Slierings, Cor Cornet, Gé Boom jr. en Louis de Bolster. De nieuwe redactie begint uitstekend met een goed verzorgd programmaboekje voor de wedstrijd Roodenburg-Unitas. Overigens was Louis toen al 11 jaar actief in de redactie en was met name belast met het vervaardigen van het clubblad en minder met de inhoud daarvan. De stencils werden bij Louis gebracht die vervolgens de stencilmachine, die thuis in de kelder stond, aan het werk zette. Vele jaren heeft Louis de machine met de hand bediend maar in 1967 kon een elektrische machine worden aangeschaft wat zeker gemakkelijker was maar ook de kwaliteit van het clubblad ten goede kwam.

 

De gestencilde bladzijden werden bij Louis thuis uitgelopen en in de juiste volgorde gelegd. Daarbij hielpen zijn vrouw en heel vaak ook zijn vader. Deze vader van Louis heeft overigens de gezegende leeftijd van 100 jaar mogen bereiken zonder noemenswaardige mankementen.

 

Als de clubbladen gestapeld waren, nam Louis die de volgende dag, achterop zijn fiets, mee naar zijn werk. Hij was destijds werkzaam in de drukkerijbranche en werkte o.a. bij Groen, Brill en Labor Vincit. Op zijn werk werden de clubbladen geniet en voor verspreiding gereed gemaakt. En dan alles weer op de fiets terug naar huis waar de clubbladen werden opgehaald. Dat meenemen op de fiets was een hachelijke onderneming, zo’n grote stapel papier op de lastdrager. Zo gebeurde het eens dat Louis, met het spul achterop, een windvlaag kreeg waardoor zijn pet van zijn hoofd waaide en in het water terecht kwam. Gezien de vracht op zijn fiets kon hij niet stoppen maar gelukkig, ’s avonds uit zijn werk zag hij dat zijn pet nog in het water lag, tegen de kant geblazen. Met een stok kon hij de pet alsnog uit het water vissen.

 

In 1969, na zo’n 13 jaar en ongeveer 8500 clubbladen te hebben vervaardigd, moest Louis zijn werkzaamheden voor de redactie beëindigen, o.a. omdat hij in ploegendienst moest gaan werken. Voor het vele werk dat hij heeft vervuld wordt hem veel lof toegezwaaid.

 

Ook nu nog met Louis pratende blijkt hoe Roodenburg nog na aan zijn hart ligt. Zo vertelt hij dat hij, toen hij nog voetbalde, zeer vatbaar was voor griep en verkoudheid; als het weer omsloeg had hij het al te pakken. Zo gebeurde het een keer dat hij weer griep en koorts had. Hij moest ’s zondags voetballen, want hij had een kaart gehad. Die zondag heeft hij, toen zijn vrouw in de keuken was, stiekem zijn tas gepakt en is toch gaan voetballen. Zijn vrouw vond dat absoluut onverantwoord en heeft dat ook in duidelijke taal laten blijken. De reactie van Louis was dat hij zijn “cluppie” toch niet in de steek kon laten.

 

Het zal niet verbazen dat het hem veel pijn heeft gedaan dat zijn Roodenburg zo ver is afgezakt, maar gelukkig gaat het nu wat beter. Louis had ook nog een aardige anekdote uit de oorlogstijd. Zoals alle jonge mannen moest ook hij gekeurd worden om voor de Duitsers in Duitsland te gaan werken. De keuring vond plaats in het gebouw aan de Doezastraat, op de hoek van het V.d. Werfpark. Louis moest plassen in een fles waarna de urine zou worden onderzocht. Tegelijkertijd moest ook een andere man plassen en die zei tegen Louis “Doe er wat van mijn urine bij, ik mankeer van alles”. Zo gezegd zo gedaan en inderdaad, Louis werd niet goedgekeurd en zo ontkwam hij aan werken in Duitsland.

 

Tot slot zei ik tegen Louis dat Roodenburg op 27 mei a.s. 85 jaar bestaat en dat ter gelegenheid daarvan op zaterdag 2 juni a.s. een reünie voor oud-leden wordt georganiseerd. Louis en zijn echtgenote zeiden graag te willen komen, vooropgesteld dat de omstandigheden dat toelaten.

 

Het was ontzettend plezierig om met Louis en zijn vrouw oude herinneringen op te halen en te merken hoeveel liefde zij voor hun “cluppie”voelden en nog voelen.

 

Lau Zitman.

      

 


Gold Picasa Gallery

© LV Roodenburg 2014. Alle rechten voorbehouden.