Interview met Xander Hartevelt

Leeftijd

38

 

Burgerlijke staat

Ongehuwd, zoon Mike (10 jaar) en dochter Linsey (7 jaar).

 

Maatschappelijke carrière

Cost Controller

 

Lid vanaf

7 jaar, 1981 dus.

 

In welke teams heb je gespeeld? Wie waren je leiders en trainers?

E7, E3, D2, D1, C2, C1, B-landelijk, A1, A-landelijk.

3e, 2e op zondag.

1e, 3e, 4e op zaterdag.

 

Ik ben relatief laat begonnen met voetballen bij een club, want ik moest eerst mijn zwemdiploma’s halen. Ik ben geen Kooiboy, want ik heb de eerste 19 jaar van mijn leven gewoond in de Mors. VV Leiden was in de buurt, maar via Robert Penseel (mijn oudere buurjongen van wie ik heb leren voetballen) kwam ik in aanraking met Roodenburg en op die leeftijd vond ik dat Blauwzwarte tenue al het mooist. Mijn keuze voor Roodenburg had dus te maken met onze mooie kleuren.

 

De E7, mijn eerste team, was een echt recreatief elftal. Bij Roodenburg werd op die leeftijd niet geselecteerd. Toen ik me aanmeldde bij Roodenburg, op mijn 7e jaar, begon ik dus gewoon bij het elftal dat nog een speler kon gebruiken. De enige speler die ik me nog echt kan herinneren van dat elftal was Michael ten Brincke, met wie ik later in de jeugd ook altijd ben blijven voetballen. Het leuke was dat er toen in de E al werd gespeeld op hele velden en dus ook 11 tegen 11. De enige compensatie was dat er zonder buitenspel werd gespeeld, er geen hele corners genomen hoefde te worden en de keeper de achterballen op de rand 16 mocht nemen. Mijn allereerste wedstrijd was tegen Valken ’68. Een wedstrijd waarin ik wel scoorde, maar waarin we verloren met 2-1. We verloren dat seizoen sowieso bijna alles. Maar dat betekende niet dat we minder plezier hadden. We werden getraind door Rene (achternaam ben ik kwijt) en onze leiders waren ouders van wie ik de namen ben vergeten. Grappig was dat we in de winter in de zaal trainden aan de Marnixstraat. Mijn vader was toen ook korte tijd trainer in de zaal. Dat leverde altijd leuke discussie op thuis!

 

Later in de D werd er geselecteerd, waarbij de eerstejaars altijd het 2e team vormden en de tweedejaars het 1e team. Dat was toen al heel spannend. Ik weet nog hoe blij ik was dat ik toentertijd voor de D2 mocht spelen. Mijn leeftijdsgenoten waren Michael ten Brincke, Peter Kruit, Remco van Waveren, Marvin Hoek, Dennis Ooyendijk, Ed Fakkel, Eric van Maanen, Emiel van Houten, Dik Kerkvliet en dan vergeet ik er zeker nog een paar. Met een groot gedeelte van die spelers ben ik bij Roodenburg blijven voetballen, ook op latere leeftijd. Jan Lovink was onze trainer en Marcel van den Burg was een aantal jaren onze leider, samen met aansluitend Pieter (achternaam???), Ge (achternaam???) en later Johan van Tongeren. In de D2 werden we net geen kampioen, maar in de D1, de C2 en de C1 zijn we drie seizoenen achter elkaar kampioen geworden.

 

In de B begon het pas echt serieus te worden. De B en de A waren sowieso de leukste jaren, waaraan ik de mooiste herinneringen bewaar. Er waren altijd veel toeschouwers, de verre uitwedstrijden gingen we met een bus en we speelden tegen veel betaald voetbal organisaties, waardoor we bijvoorbeeld ook de in stadions van Excelsior en Volendam hebben gespeeld. Als eerstejaars B kon ik net aan aanhaken bij de B-landelijk waarin toen tweedejaars spelers zaten zoals Richard van Iterson, Ron van der Linden en Patrick Heijmans. We hadden het vreselijk zwaar. Jan Zoetemelk was onze trainer. Onze 1e thuiswedstrijd was tegen Feijenoord B1. We verloren met 0-16. Na 5 wedstrijden hadden we 1 punt. Door omstandigheden nam Bob van Bohemen de trainingen tijdelijk over van Jan Zoetemelk en toen hebben we een mooie inhaalrace ingezet. In mijn 2e jaar als B-junior was Eelco Fielemon de trainer. We hadden een erg goed team, met name omdat er veel spelers in het team zaten die het seizoen ervoor ook al op dat niveau hadden gespeeld. Ons hoogtepunt dat seizoen was een 3-2 overwinning op Sparta B1, voor heel veel publiek, op veld 2.

 

In de A miste ik, als eerstejaars A de echte aansluiting bij de A-landelijk en pendelde ik tussen de A1 en de A-landelijk. Ik was toen al vaak geblesseerd aan mijn knieën. Toentertijd was ik een van de eerste die is gaan voetballen met een kniebrace. Daar moest olie in, anders ging die piepen. Dat leverde mij de bijnaam “RoboCop” op. Als we moesten voetballen, ging ik 10 minuten eerder de kleedkamer in, om alvast die kniebrace om te wikkelen. Het 2e jaar heb ik gelukkig wel weer, blessurevrij, in de A-landelijk kunnen spelen, toen ook getraind door Bob van Bohemen. We wonnen toen ook nog de LD Cup en de onder 21 competitie.

 

We hadden als club toen veel aantrekkingskracht op spelers van buitenaf. Vooral veel spelers van RCL sloten aan uit mijn leeftijdsgroep: Robert van Wijk was de eerste, maar later volgden Wils van Oosten, Michel Plomp, Harold Hoogendam en in een leeftijdscategorie lager kwam ook Terence Koolmoes over. Verder kwamen Michel Buyn (Oranje Groen), Edwin Huisman (VTL) en Fabian Schouten (UDO) over in de loop van de tijd.

 

In de senioren op zondag en later op zaterdag heb ik met veel jongens vanuit de jeugd samen gespeeld. En eigenlijk doe ik dat nog steeds. We spelen inmiddels op zaterdag, maar echt voetbal mag je het niet meer noemen. We denken allemaal nog dat we 20 zijn, maar die tijd ligt al lang achter ons. Het voetbal ziet er niet meer uit, maar de gezelligheid in de kleedkamer is er niet minder om!

 

Wat zijn voor jou de kenmerken van een goede leider?

Ik heb heel veel goede begeleiders gehad. In de senioren bewaar ik de beste herinneringen aan John Soudan. Een gouden vent! Hij had altijd alles goed voor elkaar. Was een echte aanvulling op de trainer, wist op een leuke manier de sfeer erin te krijgen en ging voor ons door het vuur. Ik zie John nog regelmatig en ook al spreken we elkaar nooit echt lang, je voelt toch altijd de warmte en de vriendschap voor elkaar. Als ik aan de goede kenmerken van een begeleider denk, dan denk ik aan John.

 

Welke gebeurtenis bij Roodenburg staat er op je netvlies geschreven?

Kampioenschappen of mooie doelpunten zijn natuurlijk altijd het leukst. Of de wedstrijden die we in de jeugd hebben gespeeld tegen grote Nederlandse clubs. Maar ik bewaar ook mooie herinneringen aan de 1e mini F wedstrijd in de geschiedenis van de club, waarin mijn zoon Mike het 1e en 2e doelpunt scoorde voor Roodenburg.

 

Er wordt gesuggereerd dat het beoefenen van een teamsport goed is voor je latere carrière. Kun je aangeven hoe het bedrijven van sport jouw maatschappelijke carrière heeft beïnvloed?

Het voetballen heeft mij in belangrijke mate gevormd tot wie ik nu ben. Ik ben het ook helemaal eens met bovenstaande stelling. Ook in het bedrijfsleven kun je niets bereiken in je eentje. Uiteindelijk draait het altijd om de kracht van het team.

 

Als voetballer ben je honkvast geweest. Waarom ben je Roodenburg zo lang trouw gebleven?

Roodenburg is gewoon mijn club. Ik voel me er thuis en heb er mijn vrienden. Er zijn nog veel meer redenen die ik kan noemen, maar dit zijn de belangrijkste.

Er is een tweetal momenten geweest in mijn seniorentijd waarbij ik heb “geflirt” met andere clubs. In beide gevallen heb ik overwogen om met teamgenoten van Roodenburg mee te gaan en een overstap te maken. In beide gevallen heb ik besloten te blijven. Daar heb ik nooit spijt van gehad. En in beide gevallen zijn de betreffende medespelers uiteindelijk ook weer teruggekeerd, al was het in hun geval na 1 of enkele seizoenen. Ik ben er best trots op nu al meer dan 30 jaar lid te zijn van de mooiste club van Leiden.

 

Je bent leider geweest van het team van je zoon bij Roodenburg. Had je al eerder ervaring opgedaan als leider/trainer. Zo ja, welk team heb je getraind en wie waren je pupillen?

In mijn jonge jaren als senior heb ik 2 of 3 seizoenen lang D-teams getraind, samen met Michel Buyn. Dat was ook erg leuk. We trainden jonge talentvolle ventjes, met wie we een erg leuke band op hebben gebouwd, ook omdat we zelf niet eens zo heel veel ouder waren. Een aantal spelers die ik me nog kan herinneren is Ger Schoonderwoerd den Bezemer, Mario van der Pluym en Willem van der Wende. Het leuke is dat ik met Ger later nog heb gevoetbald in de senioren. We hebben er toen nog veel lol om gehad. Ger is mij altijd “trainer” blijven noemen...

 

De F1 was een multicultureel team. Is er voor dergelijke teams toekomst of zoekt ieder toch zijn eigen roots op? Kun je voor- en nadelen aangeven van het voetballen met een dergelijk team?

Er is zeker toekomst voor dergelijke teams. Sterker, ik denk dat zulke teams de toekomst zijn. Ook onze samenleving is een multiculturele, dus het is logisch dat ook voetbalteams daarvan een afspiegeling zijn. Ook bij Roodenburg, ook bij andere verenigingen in Leiden en daarbuiten.

 

Er zijn wat mij betreft geen voor- of nadelen aan een voetbalteam met een multiculturele achtergrond ten opzichte van een voetbalteam met een single culturele achtergrond. Elk team wil winnen, ongeacht de samenstelling en de achtergrond. Ongeacht de samenstelling van een jeugdteam, het succes valt of staat met de begeleiding vanuit de club en de beleving van de ouders. Dat was bij de F1, waarvan mijn zoon vorig seizoen deel uitmaakte, over het algemeen goed voor elkaar. We hadden een aantal ouders dat er iedere week was. De medespelers van Mike zijn stuk voor stuk leuke jongens en goede spelers. Mike en ik houden iedere week bij wat ze hebben gedaan en wensen ze het beste toe.

 

Xander, je bent jeugdvoorzitter geweest, maar hebt vanwege een studie moeten stoppen. Ook andere kroonprinsen laten hun werk voorgaan. Ik heb de volgende stellingen/vragen:

Ik heb moeite met het woord Kroonprins. Met name omdat het met Kroonprinsen meestal slecht afloopt. Maar ik snap wat je bedoelt.

 

- Bestuurslid wordt je pas als je maatschappelijke carrière geslaagd is. Jonge bestuursleden zullen moeilijk te vinden zijn.

Met deze stelling ben ik het om meerdere redenen niet eens. Ik denk dat er binnen Roodenburg juist bewezen is, en nog steeds bewezen wordt, dat jonge bestuursleden een belangrijke rol vervullen. In mijn geval is het niet te combineren om te studeren en te besturen tegelijk. En aan de andere kant, wanneer is je carrière geslaagd? En wie bepaalt dat? De (fase van je) maatschappelijke carrière is van invloed op de hoeveelheid tijd die je hebt om op een of andere manier nuttig te zijn voor de club. Niet meer en niet minder.

 

- Het huwelijk mag niet lijden onder het vrijwilligerswerk. Een club moet alleen functies aanbieden, waarbij het aantal uren per week is vastgelegd.

Oneens in de zin dat het eenieders eigen verantwoording is om zijn/haar tijd te verdelen onder gezin, werk en vrije tijd. Natuurlijk mag een huwelijk niet leiden onder vrijwilligerswerk, maar dat is in de eerste plaats de verantwoording van de vrijwilliger zelf. Andersom is het natuurlijk wel zo dat de club meer kans maakt om een vrijwilliger te “strikken” als een club kan aangeven hoeveel tijd er verwacht wordt te besteden.

 

- Heb je nog de ambitie om eens voorzitter te worden van de club?

Het voorzitterschap van een voetbalclub is misschien wel de meest onderschatte rol van allemaal. Als ik zie wat er allemaal bij komt kijken, neem ik echt een diepe buiging voor onze huidige voorzitter en alle voorzitters die hem voor zijn gegaan. Natuurlijk is het leuk de bloemen te mogen uitreiken bij een kampioenschap en natuurlijk ben je trots als je als voorzitter een interview mag geven in de krant. Maar je hebt wel de verantwoording voor die hele mooie club op je schouders. De hoeveelheid tijd die daar in gaat zitten, niet alleen fysiek, maar vooral mentaal, dat kunnen velen van ons zich niet voorstellen.

 

Ik kan me nog herinneren dat de bovenstaande vraag eens gesteld is aan een oud-teamgenoot van mij. Hij beantwoorde die vraag met volmondig “JA” en had ook nog eens ideeën hoe hij de club zou verbeteren. Nog geen jaar later vertrok hij bij de club en liet een spoor van vernielingen na. Deze vraag vind ik dus veel te gevaarlijk om te beantwoorden.

 

Ton van Zijp, de oud-voorzitter van Docos, stelt dat de hedendaagse club meer bestaat uit groepen die allen hun wensen hebben, dan uit een groep leden die een gezamenlijk doel nastreeft. Hij spreekt van de individualisatie in de maatschappij. Hoe zie jij dit en hoe moet je hier als bestuur mee omgaan?

Er zit wel een kern van waarheid in, maar Roodenburg bewijst denk ik juist dat al die individuen toch weer deel uit willen maken van een elftal. Die elftallen vinden elkaar dan toch weer in hun gemeenschappelijke doel van willen voetballen op hun eigen niveau en de gezelligheid erna in de kantine. Als je dus als bestuur en als club die gezelligheid kan bieden in de kantine, beschikt over de accommodatie met de juiste velden en kleedkamers, dan kun je toch nog weer “binden”. Dit is toch juist het succes van het hedendaagse Roodenburg?

 

Elftallen van 35+ hebben aan het begin van het seizoen 19 man nodig en nog is het soms sprokkelen om spelers bij elkaar te krijgen. Zou het wel lukken als er wordt gespeeld met zeventallen? Hoe sta jij tegenover een interne competitie van zeventallen op zaterdagmiddag en denk je dat daar meer interesse voor is?

Ik heb goede verhalen gehoord van 7 tegen 7 competities in andere grote steden, maar dan op donderdagavond, in plaats van training. Dat lijkt mij wel interessant. Of dat dan een interne competitie moet worden vraag ik me af, maar in principe kan het wel succesvol zijn.

 

Heb je nog wat te zeggen wat niet is gevraagd?

Nee. dit interview is al veel te lang om te lezen, verwacht ik!

 

Wie wil je zeker ontmoeten op de reünie?

Kees Verver en Richard van Iterson. Ik wil ze vragen of ze eens samen een wedstrijd van Roodenburg willen becommentariëren en analyseren. Geen idee of dat kan, maar dat lijkt me mooi!

 

Wilhelmus Jeugdtoernooi B 1990

 

Wilhelmusjeugdtoernooi_1990_B

De namen:
Staand v.l.n.r.: John ten Brincke (verzorger), Eelco Fielmon (trainer), Michael ten Brincke, Robert van Wijk, Mark Goddijn, Xander Hartevelt, Dik Kerkvliet, Edwin Huisman, Jan van Iterson (begeleider), Hans van Tongeren (grensrechter).
Zittend v.l.n.r.: Eric van Maanen, Peter Kruit, Michel Buyn, Marvin Hoek, Emiel van Houten, Wils van Oosten en Jeffrey Vinkesteyn.

 

Winnaar LD cup A-junioren 1992

Winnaar_LD-cup_A_1992

 

Roodenburg D1 Afdelingskampioen

Roodenburg_D1_Afdelingskampioen

 

D1 net kampioen geworden in een uitwedstrijd tegen Hazerwoudse Boys. De namen:
Staand v.l.n.r.: Harro ???, Dennis Ooyendijk, Michael ten Brincke, Emiel van Houten, Dik Kerkvliet, Marvin Hoek, Marcel v.d. Burg.
Zittend v.l.n.r.: Eric van Maanen, Ed Fakkel, Xander Hartevelt, Remco van Waveren, Peter Kruyt, Peter Knor.
Liggend: Robert Koster.


Gold Picasa Gallery

© LV Roodenburg 2014. Alle rechten voorbehouden.