Interview met Arnold Barends

Arnold is geboren op 30 maart 1945 te Leiden en getrouwd met Sari van der Linden. Ze hebben twee zoons, Maurice en Ramon en één kleinzoon Sven. Arnold is in 1954 lid geworden van Roodenburg. Eigenlijk wilde Arnold lid worden van U.V.S. maar Dries van Royen wist hem om te praten om lid te worden van Roodenburg. Bovendien had een nichtje Roodenburgkousen en een zwart broekje dus hij moest uiteindelijk wel naar Roodenburg en heeft daar nooit spijt van gekregen. Vanaf 1954, als 9-jarige, tot 1980 is hij als voetballer actief geweest en speelde rechtshalf, later genoemd rechts op het middenveld. Achteraf gezien vindt Arnold dat hij wat te vroeg is gestopt met voetballen.

 

Welke mooie herinneringen heb je aan je actieve periode?

Als jeugdlid de sportkampen in Zeist. Als senior mijn debuut als 19-jarige in het eerste elftal tegen stadgenoot U.V.S. Er waren in de Kikkerpolder 9000 toeschouwers. Een wedstrijd om nooit te vergeten. En verder de uitnodiging van Ajax om een oefenwedstrijd te spelen in de Watergraafsmeer in sept. 1966. Voor Ajax gold deze wedstrijd als voorbereiding op de Europacupwedstrijd tegen het Turkse Besiktas.

 

Met welke bekende spelers heb je gewerkt?

Als leider van het tweede en later van het eerste elftal met o.a. Glenn Helder, Ron de Roode, Marco van Alphen, Marcel Valk, Jeffrey van As, Bert Jansen, Peter Kruit en John Verschoor. Zij zijn allen in het betaald voetbal terecht gekomen. En verder met Henny Koet, Henry Pouw, Mark Helder, Patrick Heymans en Wesley Slingerland. Zij allen hebben gespeeld in de hoogste klassen van het amateurvoetbal.

 

Welke trainers heb je als speler meegemaakt?

De volgorde zou ik niet meer weten. Ik heb getraind onder de zeer aimabele Cees Matla, wiens vader een van de grootste supporters was van Roodenburg. Verder onder Piet Kantebeen en Joop Devilee, beiden ex-U.V.S.-spelers en onder Pim van der Meent.

 

Van Joop Devilee kan ik mij nog de volgende anekdote herinneren: De velden en de sintelbaan in de Leidse Hout waren afgekeurd. We zouden naar de velden van het toenmalige A.Z.L. (Academisch Ziekenhuis Leiden) lopen, gelegen achter het Legermuseum. Joop Devilee zou op de fiets komen.

 

Bij het station aangekomen zijn we weggedoken in de fietsenstalling. Nadat Joop Devilee tevergeefs naar ons had gezocht, is hij teruggefietst naar de Leidse Hout. Wij zijn gaan voetballen in de afgesloten tunnel van het station.

 

Pim van der Meent was zeer stimulerend. Hij was in staat je met zijn grote mond behoorlijk op scherp te zetten en beter te maken. Hij was soms eigenzinnig; als voorbeeld daarvan het volgende: In de rust van een wedstrijd werd er in de kleedkamer geklaagd over de wedstrijdbal. Pim liep naar zijn auto, die geparkeerd stond op een plek waar het niet mocht van het bestuur, en haalde een splinternieuwe bal uit de kofferbak en trapte die het veld op met de opmerking “het geld krijg ik later wel van voorzitter Uiterdijk terug”.

 

Welke functies heb je zoal bekleed?

Ik ben begonnen met het trainen van de jongste jeugd, dat deed ik samen met Sam den Os en Rinus de Bruin.

Vervolgens, eigenlijk op verzoek van de toenmalige trainer Laurens Mouter, ben ik begeleider van het tweede elftal geworden en daarna nog een aantal jaren van het eerste elftal. Niet onvermeld mag blijven dat ik, als be-

Geleider, heel veel steun heb gehad van Wim van Es.

 

Toen mijn zoons Maurice en Ramon werden opgenomen in de selectiegroep, leek het mij verstandiger om als leider van het eerste elftal te stoppen. Ik ben toen (in 1989) toegetreden tot het bestuur en werd belast met de technische zaken. De belangrijkste taken in die funktie zijn het nauw betrokken zijn bij het aanstellen van trainers, het regelmatig voeren van overleg met trainers, begeleiders en spelers en het fungeren als tussen- persoon tussen spelers/trainers en het bestuur.

 

Is er wel eens een moment geweest waarop je dacht ik stop ermee?

Jazeker, er waren twee momenten waarop ik dacht ‘waar doe ik het allemaal voor”. Het eerste moment was aan het eind van het seizoen 1994-1995 toen, door onduidelijke afspraken en slechte communicatie, vrijwel alle selectiespelers, zowel bij de senioren als bij de jeugd, de vereniging verlieten. Het tweede moment was in het seizoen 2004-2005 toen het eerste elftal (toen nog alleen op zondag) werd geplaagd door vele strafzaken. In overleg met de K.N.V.B. is toen besloten het elftal uit de competitie te nemen. Nadat bij mij de eerste emoties wat waren gezakt is er, in overleg met Ronald van Weerlee, besloten te proberen een nieuwe start te maken. Voornemen was om aan de zaterdagcompetitie te gaan deelnemen. We hebben contact gezocht met de spelers van het toenmalige tweede elftal, dat ook op zondag speelde, en die spelers voelden daar wel wat voor. Vervolgens werd contact opgenomen met de K.N.V.B. die geen bezwaar had tegen een herstart in de zaterdagcompetitie. Voorwaarde was wel dat moest worden gestart in de vijfde klasse. Dat deze stap zo succesvol zou worden, had ik niet verwacht. Het is nu de kunst om de verworven positie te handhaven en vooral te zorgen dat er een goede onderbouw komt. Een jaar later werd ook weer aan de zondagcompetitie deelgenomen.

 

Je hebt met nogal wat spelers gewerkt die het later zeer goed hebben gedaan. Heb je aan enkele van hen nog leuke herinneringen?  

Er zijn mij twee herinneringen bijgebleven. De eerste is uit de periode dat Wim Rijsbergen trainer was van de selectie. We waren, als voorbereiding op het nieuwe seizoen, neergestreken in Heeze in de omgeving van Eindhoven. ‘s-Avonds zaten we met de hele groep gezellig in het dorpscafé waar ook een aantal mensen uit het dorp aanwezig waren. Wim Rijsbergen, niet erg gesteld op publiciteit, zat wat achteraf. Waarschijnlijk heeft één van de spelers de bezoekers uit het dorp verteld dat Wim onze trainer was en ergens in een hoekje zat. Daarop begonnen de dorpelingen spontaan “oranje boven” te zingen. Het is die avond erg gezellig geworden.

(Overigens is Wim, na het succesvolle wereldkampioenschap in 1974 in Duitsland, ereburger geworden van het nabij Breda gelegen dorp Rijsbergen).

 

De tweede herinnering is uit de tijd dat ik leider was van het tweede elftal. In die tijd speelde Glenn Helder in het eerste elftal maar de trainer had hem uit de selectie gezet. De trainer had mij op het hart gedrukt dat Glenn niet mocht spelen. Het tweede elftal moest een uitwedstrijd spelen en stond er op de ranglijst goed voor. Glenn vroeg mij of hij mee mocht met het tweede elftal. Ik had daartegen geen bezwaar maar ik verzekerde hem dat hij niet mocht spelen. De wedstrijd verliep voor ons niet erg voorspoedig want we stonden met 1-0 achter. Glenn had zich toch verkleed en vroeg ongeveer een kwartier voor het einde of hij mocht invallen. Ik herinnerde hem eraan dat hij niet mocht spelen. Ik zat op de bank te peinzen en tien minuten voor het einde kon ik de verleiding niet weerstaan en heb Glenn gezegd dat hij kon invallen. In die laatste 10 minuten maakte Glenn twee doelpunten en wij wonnen met 2-1.

 

Twee weken later werd het tweede elftal kampioen.

 

De overgang van het Leidse Hout naar sportpark Noord, wat betekende dat voor jou?

Voor mij was dat erg prettig want ik woonde toen in de Margrietstraat dus dichtbij de voetbalvelden.

Wat ik mij nog van de Leidse Hout herinner is het volgende: rond het speelveld was een sintelbaan. In die tijd was Frans Siebert de materiaalman en die wees dan een paar jongens van 10/11 jaar aan als ballenjongen. Die jongens werden op de sintelbaan geposteerd. Na afloop kreeg je dan van Frans wat te drinken of te snoepen, dus de jongens deden dat graag.

 

Overigens niemand van het publiek kwam binnen de hekken op de sintelbaan want bij het toegangshekje stond trouw de heer Logeman die niemand toeliet.

 

In 1971 stond er artikel met foto in het Leidsch Dagblad. Jij zit naast Mat Keereweer. De kop luidde: “Kantine onmisbare financiële inkomstenbron voor de vereniging.” Tekst bij de foto: “het pilsje is een veel gevraagd artikel in de Roodenburg-kantine.” Het kostte fotograaf Jan Holvast dan ook een rondje om de foto te mogen maken. Kan jij je dat nog herinneren?

Ik kan mij dat nog goed herinneren. Het was in die tijd erg gezellig en spraken meestal over de a.s. wedstrijd.

 

Wat is de rol van Sari in al die jaren geweest?

Sari heeft mij in al die jaren bijzonder gesteund. Ze heeft vele uren zonder mij thuis moeten doorbrengen. Ze is regelmatig opgetreden als gastvrouw. Een enkele keer, bij bijzondere omstandigheden, doet zij dat nog.


Gold Picasa Gallery

© LV Roodenburg 2014. Alle rechten voorbehouden.