Interview met Jan Du Prie

Interview met Jan Du Prie

Bij het 50-jarig jubileum werd er een bijzondere Blauwzwarter (het vroegere clubblad) uitgegeven. Er waren niet genoeg financiële middelen om een speciaal jubileumboek samen te stellen. In deze uitgave is een interview opgenomen met het oudste lid Jan Du Prie. Voor zijn vele verdiensten voor de club werd hij later benoemd tot erelid. Onderstaand interview is afgenomen in april 1977.

 

Heeft u zelf vroeger ook gevoetbald en bij welke club?

Ja, ik heb zelf vroeger ook gevoetbald en wel bij de vereniging Roodenburg. Ik ben al vanaf de oprichting bij Roodenburg (1927). Roodenburg is opgericht door schoolvoetbal achter de Rijndijkstraat. Dus daarvoor was ik eigenlijk ook al lid. De naam Roodenburg is gegeven omdat we altijd in de Roodenburgerpolder voetbalden.

 

In wat voor elftal(len) heeft u vroeger gevoetbald?

Ik heb 10 jaar in het eerste gevoetbald en was daarbij de aanvoerder (10 jaar lang). Toen kwam de oorlog en daarna heb ik hoofdzakelijk bij het tweede en derde gespeeld, tussendoor bij het eerste. Mijn interesse voor het eerste was weg. Het tweede en derde is trouwens wel dat jaar kampioen geworden.

                          

Vindt u dat het voetbal van vroeger veel veranderd is vergeleken met nu?

Ja, er is veel veranderd. Toen ik vroeger aanvoerder was, was ik de baas in het veld. Nu is dat niet meer het geval. Je weet dat vroeger vier broers van me in Roodenburg zaten en we allen in het eerste speelden. Eens moesten we een belangrijke wedstrijd voetballen tegen een Haagse vereniging. Het was voor de belangrijke wedstrijd, maar een broer van me was in de wedstrijd aan het kibbelen met een medespeler. Ik heb hem er dan ook meteen uitgezet en we zijn met 10 man doorgegaan. Ik vind dat je als je aanvoerder bent, eerlijk moet wezen, ik durfde echter de volgende dag niet naar m’n familie te gaan. Het viel later echter allemaal wel mee.

Jan_Du_Prie

Foto Jan Holvast

Is het spel harder geworden?

Nee, de spelregels waren vroeger dan ook anders. Ik heb een keer meegemaakt dat een speler zijn tegenstander met zijn borst de sloot in duwde. Dat mocht toen allemaal. Je moest toen ook met scheenkappen voetballen, want het was ontzettend hard, nu is het gemener, vroeger werd alles openlijk gedaan en minder gestraft. Keepers met je borst het doel in werken was toegestaan. Ik kon die tijd goed koppen, beter dan menigeen kon schieten (40 meter was normaal), maar met de trainingen werd toch geoefend op het shirt van de tegenstander beet te houden en naar beneden te drukken.

 

Welke plaatsen heeft u gestaan?

Ik begon als rechtshalf, maar later stond ik overal, ik had ook een erg goede conditie, nu nog trouwens. Daar komt nog bij dat het materiaal veel slechter was, bal was zwaarder, schoenen slechter, het veld daarentegen veel beter. Ik ben zo’n beetje het oudste lid van verdiensten namelijk 25 jaar, heb zo’n beetje 40 voetbaljaren gehad. Op mijn 54e voetbalde ik nog.

 

Hoe bent u er zo toe gekomen alles voor de vereniging te verzorgen buiten uw normale werk om?

Het is al van jongs af aan zo gegroeid, want vroeger moesten we alles zelf in orde maken, zoals het verzorgen van de velden, de ballen, enz. Ook kwamen soms geleende paarden van pas bij het verwijderen van de ‘puisten” op het veld. De velden moesten trouwens met de handmaaimachine gemaaid worden, nou, ga daar maar ’s aan beginnen.

 

Wat vindt u het leuke aan dit werk?

Er is natuurlijk niets leuks aan, maar als je ziet wat ik vroeger allemaal heb gedaan is dit nog maar weinig. Om bijvoorbeeld in een elftalcommissie te zitten is ook geen pretje. Ik heb zo’n beetje overal ingezeten. In het bestuur, in de redactie van het clubblad, het rondbrengen daarvan, de verzorging van de weekbladen, het ophalen van het contributiegeld en nog meer van dat soort dingen. Ik ben tussen haakjes begonnen als 2e penningmeester, tijdens en na mijn voetbaljaren.

 

Gaat u nooit eens met tegenzin naar Roodenburg?

Nee, anders zou ik wegblijven.

 

Wat vindt u van de jeugd?

De jeugd is niet rotter dan vroeger, alleen als je ouder wordt, kan je het niet meer zo toelaten. Maar als je nagaat wat je vroeger zelf gedaan hebt, is de jeugd niets veranderd. Het enige verschil is dat de jeugd veel geld op zak heeft, veel meer kan snoepen. Ook valt het mij op dat ze makkelijker denken over hun kleding, soms vind ik in de kleedkamer kousen en shirts die nooit meer opgehaald worden.

 

Is het publiek veranderd?

Nee, het publiek is hetzelfde als vroeger. Ik moest eens een penalty nemen (niemand dorste hem te nemen want het was een belangrijke wedstrijd), maar het publiek stond al klaar met stukken klei en knuppels. Ik schoot echter op de paal, misschien is dat een geluk geweest dat ze me niet gemolesteerd hebben. Later moesten de veldwachters met revolvers het veld op.

 

Heeft u zelf nog iets dat u kwijt zou willen?

Ik vind dat meer mensen zich beschikbaar moeten stellen voor een functie, zodat we allemaal iets minder hard hoeven te werken.

 

Dit interview is geschreven door Kees Verver. Op moment van schrijven was Kees 17 jaar. Het behoorde bij de taken van de Jeugdraad. Kees heeft naderhand gevoetbald in Roodenburg 1. Hij is nog steeds actief in het voetbal en verzorgt momenteel de videoanalyses voor Gert Jan verbeek bij AZ.


Gold Picasa Gallery

© LV Roodenburg 2014. Alle rechten voorbehouden.