Roodenburg-Lugdunum

Zaterdag 17 november 2012 wordt op sportpark "Noord" de competitiewedstrijd uit de 3e klasse bij de zaterdagamateurs Roodenburg-Lugdunum gespeeld. Een echte Leidse derby dus. In het verleden vonden er regelmatig van deze wedstrijden plaats. Deze wedstrijden vonden echter, onder grote publieke belangstelling, op zondag plaats en op een hoger niveau.

 

R-L01

 

Zo werd in januari 1965 de wedstrijd Roodenburg-Lugdunum gespeeld, beiden toen uitkomend in de 2e klasse zondagamateurs. Dat was destijds de op één na hoogste amateurafdeling; er was nog geen hoofdklasse en topklasse. Lugdunum en Roodenburg waren toen, evenals U.V.S. en L.F.C., dat inmiddels is opgegaan in F.C. Boshuizen, toonaangevende verenigingen in Leiden. Hoe de wedstrijd uit januari 1965 verliep, blijkt uit de stukjes uit de krant van 17 januari 1965.

 

R-L02

R-L03

R-L04

 

In de loop der jaren is zowel Lugdunum als Roodenburg sterk teruggezakt en beide verenigingen proberen zich weer op te richten. Ze hebben daartoe het accent verlegd naar het voetbal op zaterdag en proberen van daaruit wat van het verloren terrein te herwinnen. Beide verenigingen hebben overigens nog steeds hun zondagafdeling. Het is te hopen dat de wedstrijd van a.s. zaterdag weer aardig wat publiek zal trekken waardoor iets van de oude tijd zal herleven. Maar bovenal is te hopen dat de wedstrijd een sportief verloop mag hebben.

Interview met Ron van Poelgeest

Maatschappelijke carrière

Van oorsprong ben ik biochemicus, maar ik was mijn tijd iets te ver vooruit. Nu barst het in Leiden van de biotechbedrijven, maar toen (ik heb het over de beginjaren ‘80) lukte het me niet om een bij mijn studie passende baan te vinden. Ben me toen gaan richten op de toen in opkomst zijnde ICT en uiteindelijk via Cap Gemini in dienst gekomen van het ministerie van Binnenlandse Zaken (met later Koninkrijksrelaties daarbij). Inmiddels is het DG Veiligheid waar ik bij BZK werkzaam was onderdeel geworden van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

 

Wanneer ben je gaan voetballen bij Roodenburg?

Zover ik weet toen ik 8 jaar was, dus in 1964. Heb uit die periode o.a. nog een foto waar ik trots in mijn 1e Roodenburg-outfit poseer samen met John Beekman. Ik woonde toen op de Willem de Zwijgerlaan en keek vanuit mijn slaapkamer zo op het hoofdveld.

 

Voor welke teams ben je uitgekomen?

Al snel werd duidelijk dat mijn voetbaltalenten niet al te hoog moesten worden ingeschat. Van de teams waarin ik in de jeugd gespeeld heb, kan ik me vooral de B3 en de A3 nog goed herinneren. Daarin speelden trouwens nog prima voetballers zoals bijvoorbeeld Peter Boot. Verder heb ik tot mijn 40e met heel veel plezier met vrienden in lagere seniorenteams gespeeld. Ik ben in 1996 gestopt omdat het niet meer te combineren was met het voorzitterschap. Jammer, want anders had ik nu waarschijnlijk nog steeds gevoetbald.

 

Wie waren in de loop van de tijd jouw leiders/trainers en met wie heb je gespeeld?

Heb natuurlijk heel wat leiders meegemaakt en daar zaten de nodige kleurrijke personen bij! Leider bij de B3 was volgens mij Nico van Rooijen en bij de A’s Jan v.d. Leest (volgens mij toen nog zonder Sint Bernardhond) en ook nog de vader van Daan Kooimans. Kan me uit die tijd ook nog herinneren dat je in de week voor de wedstrijd een kaart kreeg waarop stond in welk team je moest spelen. Mooie tijd! Van de trainers kan ik mij alleen Piet Neuteboom nog herinneren, die vatte zijn taak altijd heel serieus op! Voor de rest zochten we het vooral zelf uit. Ik heb natuurlijk met heel wat jongens samen gespeeld, het langst (met name in de lagere senioren) met jongens als Aad Piekaar, Hans de Graaf, Hennie Stouten en Marcel Lens.

 

Welke bijzondere gebeurtenissen van je Roodenburgtijd zijn je bijgebleven?

Natuurlijk de strijd om het kampioenschap van Nederland begin jaren ‘70. Ook vele mooie wedstrijden met de regionale jeugd. Verder waren ook de voetbalkampen met Pasen in het buitenland (Duitsland, Denemarken, Engeland) met de hoogste jeugdteams altijd bijzondere gebeurtenissen. Ik zat toen in het (Jeugd)bestuur en was ook nog jeugdleider. Die kampen organiseerden we in samenwerking met Euro Sportring. Het mooie was dat alle spelers bij ouders werden ondergebracht. Dat gaf van tevoren altijd heel veel gedoe, want veel talenknobbels zaten er niet bij, maar achteraf had iedereen het altijd prima naar de zin gehad (en soms ook nog verkering). Ik kan daar nog heel wat mooie verhalen over vertellen. Maar eigenlijk was de gehele periode 1970-90 een bijzondere gebeurtenis. Vooral vanwege de vele voetbaltalenten die er toen bij Roodenburg rondliepen. Verder kan ik me als gebeurtenis de brand in de voorraadruimte achter de kantine nog heel goed herinneren omdat Piet Neuteboom (volgens mij toen kantinebaas) daarbij zwaar gewond raakte.

 

Welke rol heeft Roodenburg gespeeld in jouw leven?

Zonder te overdrijven kan ik wel zeggen dat Roodenburg heel bepalend is geweest in mijn leven. Ik woonde tegenover het veld en kwam er lange tijd eigenlijk dagelijks. Het Roodenburgterrein (en dan met name het oude Praethuis) was lange tijd mijn 2e thuis. Dat gold net zo goed voor de jongens waar ik in de senioren nog lang mee heb gevoetbald. Nico Vogelenzang was lange tijd de huismeester van Sportpark Noord en hield alles binnen de club in de gaten. Hij was het ook die veelal de mensen benaderde om wat te gaan doen voor de club. Veel mensen vonden Nico lastig (en dat was hij ook) maar hij was altijd zeer begaan met de club en dwong ook heel veel respect af bij jeugdspelers. Zijn imposante postuur en handen kwamen bij dat laatste overigens goed van pas! Ik betreur het zeer dat Nico de komende reünie niet meer kan meebeleven.

 

Ron, je bent voorzitter geweest van Roodenburg. In de loop van de jaren is er veel veranderd bij Roodenburg. Kun je die verandering beschrijven?

Om hier goed antwoord op te geven, kan ik waarschijnlijk beter een boek schrijven maar ik zal kort een poging doen. Terugkijkend zijn volgens mij twee ontwikkelingen van bijzonder belang geweest voor die veranderingen. Ten eerste natuurlijk het feit dat Leiden Noord in relatief korte tijd ingrijpend van bevolkingssamenstelling is veranderd. Veel van (de kinderen van) onze leden kwamen mede daardoor in andere delen van Leiden (e.o.) te wonen. Roodenburg, groot geworden door zijn jeugdopleiding, is daardoor langzaam uitgehold. Roodenburg raakte langzaam zijn roots (en daarmee vele vrijwilligers) kwijt. Lange tijd was het ene talent nog niet vertrokken (al dan niet naar het betaalde voetbal) of het volgende stond al klaar. Het eerste elftal kon daardoor lange tijd op hoog niveau blijven voetballen. Op een gegeven moment kwam daar echter de klad in mede, en dat vind ik de 2e belangrijke ontwikkeling, omdat steeds meer amateurclubs over gingen tot het betalen van vergoedingen. Volgens mij was Roodenburg een van de eerste voetbalverenigingen met een Businessclub maar die werd in die tijd zeker niet door iedereen met open armen ontvangen. Achteraf gezien valt dat zeer te betreuren, want na het vertrek van de BC is er van een gezonde relatie tussen Roodenburg en het (plaatselijke) bedrijfsleven eigenlijk amper nog sprake geweest.

 

Hoe zie je de toekomst van Roodenburg in en waar is dit afhankelijk van?

Dat is een hele lastige vraag waar ik graag “positief” op zou willen antwoorden maar ik twijfel hevig. Een kwalitatief goede jeugdafdeling lijkt me voor een goede toekomst nog steeds van cruciaal belang en ik weet niet of het realistisch is te denken dat die er ooit weer komt. Daarbij is de concurrentie vanuit de directe omgeving, met vele topamateurverenigingen, alleen maar toegenomen. Roodenburg zal de kansen die er hopelijk na voltooiing van de Willem de Zwijgerlaan komen, moeten pakken en nieuwe mensen zien te binden. Ook het nieuwe kunstgrasveld kan daarbij een positieve uitwerking hebben. Lukt dat niet dan dreigt, vrees ik, na verloop van tijd Roodenburg af te dalen naar het niveau van een FC Rijnland.

 

Je zoon Dave is gaan voetballen bij Voorschoten ‘97. Zie je hem nog als spits van ons eerste elftal of zeg je dat ze hun eigen weg moeten kiezen, waar ze gaan spelen?

Dave is net 21 geworden en voetbalt vanaf de C-junioren bij Voorschoten ´97, daar zitten nu dus ook heel veel van zijn vrienden. Ik zou het absoluut leuk vinden hem ooit in het eerste bij Roodenburg te zien voetballen maar verder heb ik daar weinig tot geen invloed op. Hij is nog steeds gek van het spelletje en verzaakt zelden een training. Op dit moment is nog onduidelijk wat hij na dit seizoen gaat doen, maar het lijkt me belangrijk dat hij zich ook volgend seizoen nog verder als voetballer kan ontwikkelen.

 

Jij hebt, voordat je bestuurder werd, gezeten in de Jeugdraad en redactie van de club. Moet een club een plan maken voor de opleiding van toekomstige bestuurders en hoe zou dit er dan moeten uitzien?

Ja, ik heb behalve het trainerschap eigenlijk alles wel gedaan binnen de club. De Jeugdraad (met o.a. Bram Ruis) vond ik zelf een mooie manier om jeugdspelers meer te betrekken bij het verenigingsleven, maar die was ook toen al geen heel lang leven beschoren. Ik ben voor (beleids)plannen op hoofdlijnen, maar met alleen een plan kom je niet veel verder. Het valt of staat uiteindelijk met het enthousiasme van mensen en de sfeer die binnen de club heerst. Mensen moeten graag wat voor de club willen doen omdat ze zich daar prettig voelen. Daarbij wordt er volgens mij vanuit de KNVB inmiddels ook heel veel gedaan aan de ondersteuning van verenigingen en het begeleiden van bestuursleden.

 

Hoe kijk jij aan tegen recreatief voetbal voor de ouderen en hoe moeten we dit organiseren?

Je doelt waarschijnlijk op het 7 tegen 7? Ik zou zelf meer voelen voor het normale veteranenvoetbal, maar als er voldoende animo voor is waarom niet? Ook hiervoor geldt denk ik dat er binnen de vereniging mensen moeten zijn die dit leuk vinden om te doen. Zo weet ik bijvoorbeeld dat hier bij Voorschoten ’97 in het geheel geen animo voor is maar bijvoorbeeld bij Lisse wel. Pas als er een basis is binnen je eigen vereniging, bij je eigen leden, heeft het denk ik zin om het ook buiten je vereniging te promoten.

 

Kom je ooit nog eens terug als bestuurder?

Je bedoelt natuurlijk bij Roodenburg. Ik was 19 toen ik voor het eerst in het bestuur van Roodenburg plaatsnam. De laatste 6 jaar als voorzitter waren heel leerzaam maar ook uitzonderlijk zwaar. Roodenburg zat toen duidelijk in een overgangsfase met heel veel onrust binnen de club. Daarbij verkeerde het complex (velden en opstallen) in slechte staat. Doordat Pernix weg moest bij de Groenoordhallen en de gemeente (wethouder Pechtold) daar niet zo snel een oplossing voor had, ontstond de mogelijkheid daar wat aan te doen. Ik heb (met steun van velen en in het bijzonder de bestuursleden uit die tijd en natuurlijk Raymond Keur) er heel veel tijd en energie in gestoken om sportpark Noord kwalitatief te verbeteren en tot slot de verbouwing van de kantine (financieel) rond te krijgen. Op het uiteindelijke resultaat is nu iedereen waarschijnlijk trots, maar een behoorlijke groepering binnen de club heeft met alle middelen en tot het laatste moment geprobeerd de verbouwing van de kantine te voorkomen. Ik heb die weerstand in die tijd volstrekt onbegrijpelijk en ook heel teleurstellend gevonden. Om op je vraag terug te komen, de kans dat ik terugkeer als bestuurder is klein.

 

Wie zou je willen ontmoeten op de reünie?

Te veel om op te noemen maar natuurlijk zou het leuk zijn als de jongens waar ik jarenlang mee gevoetbald heb er straks ook weer zijn, bijvoorbeeld ook een Peter de Leeuw. Verder ken ik iedereen wel zo’n beetje dus ik hoef op de reünie niet bang te zijn dat ik geen bekenden meer tegenkom. Ik vertoef trouwens nog zeer regelmatig op de voetbalvelden en kom eigenlijk wekelijks mensen tegen die vroeger bij Roodenburg hebben gevoetbald. Wie ik graag nog een keer had willen ontmoeten is Nico Vogelenzang. Die heb ik de laatste jaren voor zijn dood niet meer gezien en gesproken en dat had ik graag nog een keer gedaan.

Interview met Jurgen Kok

Stel je eens voor.

Mijn naam is Jurgen Kok. Ik ben geboren en getogen in Leiden. Ik heb tot mijn 19e in Leiden Zuidwest gewoond. Nadat ik de VWO had afgerond op het Rembrandt Lyceum, ben ik gaan studeren in Breda aan de KMA (Kon. Militaire Academie). Ik ben tot eind 1999 werkzaam geweest bij Defensie. Door mijn werk bij Defensie heb ik op vele plaatsen in Nederland gewoond. Na mijn studie ben ik geplaatst in Zuid-Laren in Noord-Nederland, vervolgens heb ik gewerkt in Assen, Harderwijk en als laatste bij de Lucht Mobiele Brigade in Schaarsbergen. Ook heb ik nog een half jaar gewerkt als VN “observer” in Bosnië (Srebrenica en Tuzla).

Na een zeer dynamische periode zou het vervolg van mijn loopbaan vooral gaan bestaan uit kantoorbanen. Dit trok mij niet. Vervolgens ben ik in 2000 toch weer de sportwereld in gegaan. Op dit moment heb ik samen met mijn vrouw een sportadviesbureau en een stichting. Daarnaast ben ik nog altijd werkzaam als trainer, zij het op een wat lager niveau, nadat ik trainer ben geweest bij hoofdklasser sv Huizen en onlangs binnen de Voetbalacademie van FC Twente.

Ik ben inmiddels alweer 49 jaar, ik woon met mijn vrouw Mary en onze kleine jongen Jair in Nijkerk (Gld).

 

Wanneer ben je gaan voetballen bij Roodenburg?

Ik ben destijds op 8–jarige leeftijd begonnen met voetballen bij VTL. Door vervelende privéomstandigheden heb ik van mijn elfde tot mijn veertiende niet bij een club gevoetbald. Via het schoolvoetbal kwam ik in aanraking met Roodenburg. Vervolgens ben ik halverwege het seizoen begonnen in de C1.

 

Voor welke teams ben je uitgekomen?

Uiteindelijk heb ik gespeeld in de C1, twee jaar in de B1, twee jaar in de A1 en in het eerste.

 

Wie waren in de loop van de tijd jouw leiders/trainers en met wie heb je gespeeld?

Roodenburg is voor mij een heel belangrijk onderdeel van mijn leven en opvoeding geweest. Ik denk nog altijd met heel veel plezier en warmte terug aan de club. Ik heb na Roodenburg vele clubs gezien als speler en als trainer. Het Roodenburggevoel heb ik nooit meer meegemaakt.

In mijn tijd waren er een aantal mensen die voor mij een sleutelrol vervulden. Allereerst natuurlijk Jan Lovink. Jan heb ik een jaar of vier als trainer gehad. Daarnaast Nico Vogelenzang. Een geweldige vent die precies wist hoe die met klanten van een jaar of 17/18 om moest gaan. Ook Laurens Mouter en Jan van Wezel zijn belangrijke mensen voor mijn ontwikkeling geweest.

 

Welke bijzondere gebeurtenissen van je Roodenburgtijd zijn je bijgebleven?

Mijn allermooiste tijd was natuurlijk het A1-seizoen met Jan en Nico! Ik mocht aanvoerder van dat team zijn. We hadden een heerlijke ploeg. Dat hele seizoen staat als een tatoeage in mijn geheugen gegrift. De bijeenkomsten voor de wedstrijd in het Praethuis met de “Dik voor mekaar show”. De wedstrijd in Gouda tegen ONA. De thuiswedstrijd thuis tegen Slikkerveer, waarin ik weigerde gewisseld te worden... De spelers met al hun bijzondere kanten. Kortom echt een topseizoen. Maar ook mijn debuut als 16-jarige tegen UVS tijdens het Zilveren Molen toernooi was geweldig.

 

Welke rol heeft Roodenburg gespeeld bij jouw maatschappelijke carrière?

Ik heb het eigenlijk al beschreven. Vanaf mijn 11e ben ik alleen opgevoed door mijn vader, mijn ouders waren gescheiden. Roodenburg en mijn trainers, leiders, medespelers, etc. waren heel belangrijk voor mijn vorming. Overigens denk ik dat voor iedereen, jong en oud, het verenigingsleven een onmisbaar deel is van je vorming en maatschappelijk functioneren.

 

Na je voetballoopbaan ben je bij diverse clubs trainer geweest. Welke diploma’s heb je behaald en bij welke clubs heb je getraind?

Ik heb uiteindelijk mijn TC-1 gehaald. Als eerste heb ik vele jeugdteams getraind bij vv Hoogland bij Amersfoort. Vervolgens ben ik hoofdtrainer geweest bij EFC’58 (3e klasse), vv Jonathan (2e klasse), Roda’46 (1e klasse) en sv Huizen (hoofdklasse). Verder heb ik vier jaar meiden getraind bij FC Twente en 1 seizoen de C1 van FC Twente. Op dit moment ben ik hoofdtrainer bij een 3e klasser, TOV uit Baarn.

 

Tot vorig jaar was je trainer van FC Twente C1. Hoe werd er bij FC Twente getraind?
Wordt er gewerkt via een jeugdplan, waar de trainer zich aan moet houden of was er zoiets als een wekelijks overleg met het hoofd jeugdopleiding en andere trainers?
Hoe ziet een trainingsweek van een C1 speler van Twente er uit?
Waar leg jij in je trainingen het accent op en kan je via een praktijkvorm/training dit aan ons verduidelijken?

Bij FC Twente trainden we zes keer. Op woensdag zijn de spelers vrij. Op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag is er ’s middags een voetbaltraining. Dinsdagochtend en donderdagochtend wordt er gejudood en geturnd.

Er wordt getraind vanuit een jeugdplan, uiteraard steeds toegespitst op de leeftijdcategorie. Bij de jongste jeugd ligt het accent op de technische vorming, bij de oudere jeugd gaat het accent steeds meer verschuiven naar tactiek.

 

Mijn training heeft een soort vaste opzet. Binnen de vormen leg ik dan accenten afhankelijk van de leeftijdcategorie, of het “voetbalprobleem” wat ik op zaterdag tegen ben gekomen. Een warming-up wordt altijd met bal uitgevoerd in de vorm van “pass- en trapvormen”. Hierna volgt een partij-positiespel in een zeer kleine ruimte, waarbij de nadruk ligt op handelingssnelheid. Vervolgens een partij-positiespel in een grotere ruimte waarbij het voetbalprobleem wordt aangeraakt. Tenslotte een leervorm en afsluiten met een partijspel.

 

Dankzij Mary ben je nauw betrokken geraakt bij het damesvoetbal in Nederland. Welke activiteiten hebben jullie allemaal gedaan ten behoeve van het meisjes- en damesvoetbal?

We zijn in 2000 een eigen bedrijf/stichting begonnen waarin het vrouwenvoetbal (zeg geen damesvoetbal!) centraal stond. Mary werkte al langer in het vrouwenvoetbal en zag vele zeer gedreven meisjes langs komen. Die meiden konden niet naar een BVO, ondanks hun talent. Dit heeft Mary altijd als onrechtvaardig ervaren. Met ons bedrijf boden we meiden de kans om professionele trainingskampen mee te maken onder leiding van trainers van BVO’s. Medio 2005 werden we benaderd door de voorzitter van FC Twente Joop Munsterman. Hij wilde het vrouwenvoetbal gaan implementeren bij FC Twente. Dit mochten wij gaan doen. We hebben door het aannemen van deze opdracht eigenlijk ons eigen bedrijf (met plezier) opgeheven.

Inmiddels is de vrouwentak van FC Twente semiprofessioneel, is de A-selectie landskampioen en is er meidenvoetbalacademie met 3 selecties!

 

Mary is overigens ook in het bezit van TC-1. Ze heeft jaren getraind in de vrouwenhoofdklasse. De afgelopen vier jaar was ze hoofdtrainer vrouwen bij FC Twente. Afgelopen seizoen werd ze landskampioen. Op dit moment is ze hoofd vrouwenvoetbal bij FC Twente, een managementfunctie.

 

Jullie deden ook voetbalkampen in de Verenigde Staten? Wat was hiervan de bedoeling en zijn er nog dames uit jullie kampen doorgebroken in het betaalde damesvoetbal in de States?

De voetbalkampen in Florida waren geweldig. We gingen op pad met zo’n 30 zeer gedreven jonge meiden. We namen deel aan gigantisch grote toernooien. Een sportcomplex met 20 tot 30 velden is daar eerder regel dan uitzondering. De meiden kregen de mogelijkheid om gedurende ruim een week te leven, trainen en spelen als een professional.

Veel meiden die wij op profstage hebben gehad, spelen nu in de Eredivisie voor vrouwen.

 

Hoe zie je de ontwikkeling van het damesvoetbal in Nederland in vergelijking met Duitsland?

Kwantitatief neemt het vrouwenvoetbal een enorme vlucht. Ik wil dan ook iedere club aanraden om stevig in te zetten op vrouwenvoetbal. Ook de sociale samenhang verbetert enorm door het omarmen van het vrouwenvoetbal binnen een vereniging. Ook kwalitatief maakt het vrouwenvoetbal stappen. Er is echter nog altijd een fikse achterstand op Duitsland, Japan en Amerika.

Het vrouwenvoetbal moet vooral beter vermarkt worden. Ook daarin is FC Twente een voorloper. Kijk maar eens op de website www.fctwente.nl.

 

Ben je Roodenburg altijd blijven volgen?

Zeker. Ik kijk regelmatig op de website. Natuurlijk ben je altijd op zoek naar bekende namen of mooie foto’s. Maar ook de intensieve periode waar de club nu doorheen gaat, en is gegaan, volg ik met belangstelling.

 

Is er nog iets wat niet is gevraagd, maar wat je toch kwijtwilt?

Ik hoop dat Roodenburg tot in lengte van jaren haar sportieve, maar vooral sociale functie in Leiden-Noord kan blijven uitvoeren. Roodenburg is onmisbaar in Leiden-Noord als bepalende factor in het verstevigen van de sociale cohesie. De gemeente moet zwaar inzetten op het verenigingsleven in de grote stad en op Roodenburg in het bijzonder!!

 

Wanneer de reünie er in mei is, wie zou je dan weer eens de hand willen schudden?

Natuurlijk alle bekenden! Maar allereerst Jan Lovink en vervolgens ons hele A1 ploegie: Arno, Henri, Chris, Ron, Matty, Wilco, Bob, Hennie, Boudi, Ronald, Hennie en Leo. (Ik las dat Martin en Cock zijn overleden. Ondanks dat ik deze jongens natuurlijk nooit meer sprak of zag heeft dat mij toch geraakt...).

Op bezoek bij waarschijnlijk het oudste nog in leven zijnde oud-lid van Roodenburg

Donderdag 12 april bracht ik een bezoek aan de bijna 91-jarige Louis de Bolster. Ik trof een zeer vitaal echtpaar aan dat mij, na vele jaren niet gezien te hebben, snel herkende. Louis en zijn vrouw fietsen en wandelen nog regelmatig en voelen zich zeer bevoorrecht dat allemaal nog te kunnen doen.

 

Louis is de jongste van 3 broers De Bolster. Net zoals Piet en Bram werd ook Louis lid van Roodenburg. Dat was op 12-jarige leeftijd in 1933. Louis heeft in de aspiranten, junioren en senioren gespeeld. In de senioren speelde hij voornamelijk in het tweede en derde elftal. Een enkele keer mocht hij in het eerste elftal meedoen als ze daar spelers tekort hadden.

 

Piet, Bram en Louis waren echte Roodenburgers, er werd thuis altijd over gesproken; het was hun “cluppie”.

 

De grootste verdiensten heeft Louis gehad voor de redactie van het clubblad “de Blauw-Zwarter”. Als Henk Uiterdijk in september 1967 zijn redactionele werkzaamheden beëindigt, worden de taken overgedragen aan een jongere redactie bestaande uit Ruud Wiggers, Chiel Slierings, Cor Cornet, Gé Boom jr. en Louis de Bolster. De nieuwe redactie begint uitstekend met een goed verzorgd programmaboekje voor de wedstrijd Roodenburg-Unitas. Overigens was Louis toen al 11 jaar actief in de redactie en was met name belast met het vervaardigen van het clubblad en minder met de inhoud daarvan. De stencils werden bij Louis gebracht die vervolgens de stencilmachine, die thuis in de kelder stond, aan het werk zette. Vele jaren heeft Louis de machine met de hand bediend maar in 1967 kon een elektrische machine worden aangeschaft wat zeker gemakkelijker was maar ook de kwaliteit van het clubblad ten goede kwam.

 

De gestencilde bladzijden werden bij Louis thuis uitgelopen en in de juiste volgorde gelegd. Daarbij hielpen zijn vrouw en heel vaak ook zijn vader. Deze vader van Louis heeft overigens de gezegende leeftijd van 100 jaar mogen bereiken zonder noemenswaardige mankementen.

 

Als de clubbladen gestapeld waren, nam Louis die de volgende dag, achterop zijn fiets, mee naar zijn werk. Hij was destijds werkzaam in de drukkerijbranche en werkte o.a. bij Groen, Brill en Labor Vincit. Op zijn werk werden de clubbladen geniet en voor verspreiding gereed gemaakt. En dan alles weer op de fiets terug naar huis waar de clubbladen werden opgehaald. Dat meenemen op de fiets was een hachelijke onderneming, zo’n grote stapel papier op de lastdrager. Zo gebeurde het eens dat Louis, met het spul achterop, een windvlaag kreeg waardoor zijn pet van zijn hoofd waaide en in het water terecht kwam. Gezien de vracht op zijn fiets kon hij niet stoppen maar gelukkig, ’s avonds uit zijn werk zag hij dat zijn pet nog in het water lag, tegen de kant geblazen. Met een stok kon hij de pet alsnog uit het water vissen.

 

In 1969, na zo’n 13 jaar en ongeveer 8500 clubbladen te hebben vervaardigd, moest Louis zijn werkzaamheden voor de redactie beëindigen, o.a. omdat hij in ploegendienst moest gaan werken. Voor het vele werk dat hij heeft vervuld wordt hem veel lof toegezwaaid.

 

Ook nu nog met Louis pratende blijkt hoe Roodenburg nog na aan zijn hart ligt. Zo vertelt hij dat hij, toen hij nog voetbalde, zeer vatbaar was voor griep en verkoudheid; als het weer omsloeg had hij het al te pakken. Zo gebeurde het een keer dat hij weer griep en koorts had. Hij moest ’s zondags voetballen, want hij had een kaart gehad. Die zondag heeft hij, toen zijn vrouw in de keuken was, stiekem zijn tas gepakt en is toch gaan voetballen. Zijn vrouw vond dat absoluut onverantwoord en heeft dat ook in duidelijke taal laten blijken. De reactie van Louis was dat hij zijn “cluppie” toch niet in de steek kon laten.

 

Het zal niet verbazen dat het hem veel pijn heeft gedaan dat zijn Roodenburg zo ver is afgezakt, maar gelukkig gaat het nu wat beter. Louis had ook nog een aardige anekdote uit de oorlogstijd. Zoals alle jonge mannen moest ook hij gekeurd worden om voor de Duitsers in Duitsland te gaan werken. De keuring vond plaats in het gebouw aan de Doezastraat, op de hoek van het V.d. Werfpark. Louis moest plassen in een fles waarna de urine zou worden onderzocht. Tegelijkertijd moest ook een andere man plassen en die zei tegen Louis “Doe er wat van mijn urine bij, ik mankeer van alles”. Zo gezegd zo gedaan en inderdaad, Louis werd niet goedgekeurd en zo ontkwam hij aan werken in Duitsland.

 

Tot slot zei ik tegen Louis dat Roodenburg op 27 mei a.s. 85 jaar bestaat en dat ter gelegenheid daarvan op zaterdag 2 juni a.s. een reünie voor oud-leden wordt georganiseerd. Louis en zijn echtgenote zeiden graag te willen komen, vooropgesteld dat de omstandigheden dat toelaten.

 

Het was ontzettend plezierig om met Louis en zijn vrouw oude herinneringen op te halen en te merken hoeveel liefde zij voor hun “cluppie”voelden en nog voelen.

 

Lau Zitman.

      

 

Interview met Kees Verver

Leeftijd

51 jaar

 

Burgerlijke staat

Ongehuwd samenwonend met Marja en dochter Lola van 14 jaar.

 

Maatschappelijke carrière

20 jaar NUON, 5 jaar als zelfstandige, 6 jaar bij AZ en tussendoor van alles en nog wat gedaan!

 

Lid vanaf

Tja, dat zal zo vanaf mijn 7e zijn, in ieder geval de eerste leeftijdsgroep die toen mocht voetballen. Nu dus ongeveer 44 jaar.

 

In welke teams en met wie heb je gespeeld?

Ik heb in alle hoofdteams gespeeld, vanaf de pupillen tot aan de senioren.

In zoveel jaren voetbal is dat natuurlijk een verscheidenheid aan spelers. Ik heb een hele leuke tijd gehad in de jeugd. Het waren allemaal vrienden uit mijn buurt en school. Het mooiste vond ik de tijd in de senioren met Aad de Groot, Maarten van Kooperen en Peter Ciere. Daar keek ik als jeugdspeler altijd al naar en uiteindelijk speelde ik samen met hen.

 

Wie waren je leiders en trainers?

Reinier Verkuylen, Jan van Wezel, Nico Vogelenzang, Arnold Barends en in mijn vroege jeugdjaren was mijn vader begeleider.

Als trainer natuurlijk Jan Lovink, Cees Zoetemelk, van Sas en in de senioren Laurens Mouter, Harry Talsma en Wim Rijsbergen. Ook nog een jaartje Huegenin, maar dat was niet onze beste periode in het voetbal.

 

Welke gebeurtenis bij Roodenburg staat er op je netvlies geschreven (beenbreuk of wat anders)?

Inderdaad mijn beenbreuk, maar dat is uiteindelijk lastig maar verder ook niks. Veel indruk in mijn actieve voetbalperiode was het overlijden van Lenno van Galen, onze fysiotherapeut. Een sportieve, aardige jongen die tijdens een wandeltocht in de bergen onverwachts aan een hartstilstand overleed. Dat vond en vind ik nog steeds onbegrijpelijk. Later natuurlijk ook hetzelfde met Peter Ciere.

Op sportief gebied het kampioenschap waarvan ik de kampioenswedstrijd vanaf de kant door een blessure moest missen. Was toch even wat anders aan de kant dan in het veld!

 

Kees, toen jij in de jeugd speelde, zat jouw vader (Henk) in het jeugdbestuur. Hoe was het om een voetbalvader te hebben die ook bestuurde?

Als jeugdspeler is dat niet altijd leuk. Ik weet nog wel dat als er iets werd georganiseerd ik altijd als laatste ergens aan mocht deelnemen om vooral maar niet de indruk te wekken “dat het zoontje van” werd voorgetrokken. Uiteindelijk is hij er zelf ook mee gestopt omdat hij dat zelf ook inzag.

 

Je hebt in het 1e elftal van de zondag gespeeld. Roodenburg trainde 3x per week en op zaterdagmorgen was de afsluitende training? Wat was er bijzonder aan deze training?

Bijzonder vond ik de entourage op zaterdagochtend. Alle velden waren bezet met jeugdspelers en dus was het ook een drukte van belang. De training op zich was meer voor de eenheid van het team, een beetje afronden en een kort partijspel. Bijkomstigheid was natuurlijk dat de vrijdagavond de avond was dat we uitgingen. Het kwam dus wel eens voor dat ik de zaterdagochtend brak op de training aankwam, maar na een ontnuchterende training en een douche was ik wel weer fit. Natuurlijk na afloop koffie met gebak in de kleedkamer geregeld door Jan van Wezel.

 

Na je actieve voetbalcarrière ben je het trainersvak ingegaan. Welke teams/verenigingen heb je getraind?

Eigenlijk heb ik niet zoveel gedaan met mijn trainersdiploma Trainer-Coach II. De cursus op zich vond ik wel leuk, samen met Peter Slingerland heb ik een leuke tijd gehad. Met Peter ben ik als hulp begonnen bij de C-jeugd. Daarna samen de A-jeugd van Roodenburg en wedstrijden van een onderlinge competitie uit de regio van spelers tot en met 21 jaar. Dat was een goede lichting met veel talenten en schoffies zoals de jongens uit Noord natuurlijk waren. Tijdens de wedstrijd vol gaan, maar na afloop ook gezellig! Ook heb ik nog een jaartje de A-jeugd van vv Leiden getraind en de senioren van MVKV.

 

Bij MVKV heb je als trainer ervaring opgedaan, hoe lager spelende senioren prestatievoetbal beleven. Welke bijzondere waarden heb je daar leren waarderen?

Als trainer uit Leiden bij mijn eerste “grote” club was toch wel even wennen. Maar de jongens uit Katwijk waren stuk voor stuk goede gasten. Omdat de club vrij klein was, moesten wij alles zelf regelen. Een bestuurskamer was er niet, houten gebouwtje als kleedkamer en een trainingsveld met een zendmast erop die met 4 staalkabels werd recht gehouden en natuurlijk die staalkabels ook op het trainingsveld. Veel improviseren dus. Kan mij herinneren dat ik in het begin veel trainingen volgens de trainingsmethodieken gaf, de jongens vonden dat echter niet zo leuk, toen maar veel loopwerk en krachtoefeningen gedaan, vonden ze prachtig. Kwamen ze kapot van de training en dat vonden ze dus lekker. Verder niks aan veranderd en de nacompetitie gehaald. Een hele leuke tijd gehad!

 

Je hebt van je hobby een beroep gemaakt en je trainersdiploma is je daarbij goed van pas gekomen. Al een aantal jaren ben je videoanalist bij AZ. Wat houdt je werk in?

Nou ja, van hobby beroep! Was wel al altijd bezig met bepaalde manieren van dataverwerking/analyses van wedstrijden. Via Louis van Gaal ben ik, met mijn analyses onder de arm, bij AZ gekomen. Daar heb ik iets totaal anders gedaan maar uiteindelijk ben ik nu weer bezig met verzamelen en verwerken van data van wedstrijden hetgeen volgens mij wel een nieuwe toekomst binnen het voetbal heeft. Een voorbeeld in de honkbal is het boek en de film Moneyball.

 

Mijn werk op dit moment is het in beeld brengen van de sterke en zwakke punten van de tegenstanders. Dus ik maak een filmpje van ongeveer 12 minuten van de tegenstander met daarin de hoofdmomenten balbezit en omschakeling van de beide partijen. Aanvullend altijd de spelhervattingen, corners, vrije trappen en eventueel andere bijzonderheden. Voor de keeper maak ik altijd een apart filmpje met meerdere momenten (bijv, ook penalty’s) zodat ook hij zich optimaal kan voorbereiden op de tegenstander.

 

Tijdens de wedstrijd nemen wij onze eigen beelden op en ben ik bezig met coderen van de wedstrijd. Met coderen bedoel ik dat alle momenten van de wedstrijden vastgelegd worden per categorie. Ik zie dus eigenlijk weinig van de wedstrijd, ben alleen bezig om de momenten in de juiste categorie te plaatsen. Per wedstrijd leg ik ongeveer 1500 momenten vast. Na de wedstrijd kan ik dus direct alle momenten terughalen die gewenst zijn.

 

Als je hiervan wat meer wilt zien klik dan op de volgende link:

http://www.az.nl/index.php?id=86&videoid=261493.

 

Van wie krijg je de opdrachten voor het maken van de analyse?

Ik krijg geen opdrachten, ik doe zo mijn werk bij alle wedstrijden. GertJan heeft wel specifieke vragen na afloop van de wedstrijd en wil soms bepaalde momenten benadrukken en nabespreken. Doordat ik al veel gecodeerd heb, kan ik dat dus alles snel terughalen en daarvan een samenvatting maken.

 

Wordt daarbij gezegd waar je speciaal op moet letten?

Nee, ik maak over het algemeen zelf een samenvatting van de wedstrijd. Na mijn jarenlange ervaring weet ik nu ongeveer wel wat een trainer wil terugzien. Ook weet ik vanuit de besprekingen wat de afspraken zijn, dus daar richt ik mij dan ook meer op. Kijken of de afspraken worden nagekomen.

 

Wordt de analyse altijd van de eerstvolgende tegenstander gemaakt?

Altijd wordt een analyse van de tegenstander gemaakt. Zowel competitie als beker en natuurlijk Europa League. Van de buitenlandse wedstrijden is het soms moeilijk beelden te krijgen. Wedstrijden tegen bijvoorbeeld Kharkiv of Sheriff zijn niet zomaar ergens te krijgen. Gelukkig heb ik veel contacten en kan vanuit diverse landen navraag doen naar beelden. Ik ontvang bijvoorbeeld veel beelden uit Rusland. Van de eigen competitie neem ik veel wedstrijden zelf op en ook alle samenvattingen. Samen met de assistent-trainers worden er altijd 2 wedstrijden live bekeken waarna ik de analyse via de beelden maak. We doen dus altijd veel huiswerk voordat de wedstrijd gespeeld wordt. Met doordeweekse wedstrijden is dat natuurlijk erg druk. Na- en voorbespreken van wedstrijden volgen elkaar dan snel op.

 

Beperkt het zich tot tegenstanders van het 1e team of ook van bijvoorbeeld het beloftenteam of andere (jeugd)teams?

Tegenstanders van de beloften worden niet uitgebreid geanalyseerd. De wedstrijden worden echter wel opgenomen en nabesproken. Bij de jeugd worden de wedstrijden ook opgenomen en besproken met de spelers.

 

Worden er ook analyses gemaakt van de trainingen van de eigen teams? 

Soms worden de trainingen opgenomen en geanalyseerd. Met name wanneer we na de wedstrijdbespreking een partijvorm doen van 11:11. Omdat we nu veel doordeweekse wedstrijden hebben, is daar minder tijd voor en willen we de spelers niet teveel belasten met beelden. In het jaar dat we kampioen werden en geen interlandverplichtingen hadden, speelden we veel 11:11 en nam ik dat geregeld op.

 

Videoanalyse zal in de toekomst ook op lager niveau worden gebruikt. Er wordt al gesproken van videoanalyse "light". Wat zou jij analyseren als je voor een amateurclub moet werken?

Het maken van een goede analyse vergt best veel tijd. Ik zou gewoon beginnen met een overzicht van de hoofdmomenten. Dus opbouw en omschakeling van het eigen team en die van de tegenstander. Daar moet je dan een aantal momenten uithalen, momenten die goed gaan en momenten die minder goed gaan. Ook gemaakte afspraken controleren. Daar kun je dus al een heel eind mee komen. Naarmate je er meer mee werkt zal vanzelf de volgende vraag komen en gaan spelers ook meer meedenken. Belangrijk is dat je als trainer een bepaald idee van voetballen hebt. Het moet dus niet de bedoeling zijn om alleen maar fouten aan te geven. Dan gaat de animo snel weg, maar een beetje kritisch moet wel kunnen.

 

Je bent aan het werk geweest voor niet de minste trainers. Louis van Gaal, Ronald Koeman en GertJan Verbeek. Als je een vergelijking mag maken, wat zijn dan de verschillen in werkwijze?

Je vergeet daarbij ook nog Dick Advocaat, Shota Arveladze en Tonny Bruins Slot, ook niet de minste namen. Uiteindelijk is voor mijn werk de uitvoer hetzelfde, met de nadruk misschien op details afwijkend. Verschillen zijn er natuurlijk altijd. Allen hebben een andere aanpak. De een wat meer gericht op de tegenstander, de ander wat meer uitgaand van het eigen team. Vaak blijft het appels met peren vergelijken. Elke aanpak kan succesvol zijn. Ook is het afhankelijk van de spelersgroep. Met Louis van Gaal werden we ooit 2e, daarna 12e en het jaar daarop een kampioenschap. Wel vind ik het mooi alles van dichtbij mee te kunnen maken. Dus ook een lage klassering alsmede het kampioenschap en de Champions League. De kunst is daarbij altijd hetzelfde werk te leveren en je niet mee laten slepen door de waan van de dag. Het kan dus zo allemaal omslaan.

 

Trap je zelf nog wel eens tegen een bal en hoe sta jij tegenover het idee van Xander Harteveld om op donderdagavond het "krasse knarrenvoetbal" te introduceren?

Voor mij hoeft dat niet. Ik kan mij voorstellen dat de leeftijdsgroep van Xander dat nog zou willen. Ik heb vroeger ook eens getracht zoiets op te zetten. Ik ben nu 6 dagen per week bezig met voetbal, dus af en toe thuis en geen voetbal kan voor mij ook geen kwaad. Ten tweede denk ik dat ik zo een blessure oploop, dus wat mij betreft niet.

 

Heb je nog wat te zeggen wat niet is gevraagd?

Ik wil alleen kwijt dat ik bij Roodenburg een fantastische tijd heb gehad en er eigenlijk nooit over heb nagedacht om van club te veranderen. Dat zegt dus al genoeg. Het was mijn 2e thuis en dus zeker belangrijk voor mij.

 

Wie wil je zeker ontmoeten op de reünie?

Iedereen die het leuk vindt en Roodenburg een goed hart toe draagt.


Gold Picasa Gallery

© LV Roodenburg 2014. Alle rechten voorbehouden.